Skip to content

3. Perspectief: informatie

Semantische en syntactische interoperabiliteit

Om gezondheidsgegevens zinnig te kunnen hergebruiken moet de vorm (syntax) en betekenis (semantiek) vergelijkbaar en uitwisselbaar zijn. Deze twee vormen van interoperabiliteit zijn essentiele randvoorwaarden. Om te begrijpen hoe computers met elkaar "praten", kunnen we dit vergelijken met hoe mensen communiceren.

Syntactische interoperabiliteit gaat over de vorm en de structuur van het bericht, zoals bijvoorbeeld een brief. Syntactische interoperabiliteit betekent dat de ontvanger de brief fysiek kan openen, herkent dat het een brief is, en dat zij de letters kan lezen (bijvoorbeeld het Latijnse alfabet). In de computerwereld betekent dit dat twee systemen elkaars bestanden technisch kunnen openen en de structuur herkennen (bijv. "hier staat de naam", "daar staat de datum").

Analogie

Ik stuur jou een zin die grammaticaal perfect klopt: "De blerf schrobt de grakker." De ontvanger kan de zin lezen (syntax is correct), maar heeft geen idee wat de verzender ermee bedoelt te zeggen.

Semantische interoperabiliteit gaat over de inhoud en het begrip. Als de brief eenmaal is geopend, willen we begrijpen wat er staat. We moeten dezelfde taal spreken en dezelfde definities gebruiken. Als ik "bank" schrijf, moet de ontvanger weten of ik een zitmeubel bedoel of een geldinstelling.

Analogie

Om "De blerf schrobt de grakker" te begrijpen, hebben we een woordenboek nodig dat uitlegt wat een 'blerf' is. Semantische interoperabiliteit zorgt ervoor dat de computer niet alleen "180" ziet staan, maar begrijpt dat dit een "bloeddruk" is in "mmHg".

Informatiemodellen voor syntactische interoperabiliteit

Om gegevens technisch uit te wisselen, hebben we standaarden nodig die de structuur bepalen. De zorg kent veel verschillende informatie modellen, maar in de afgelopen jaar is de sector aan het convergeren naar openEHR, OMOP en FHIR als de belangrijkste informatiemodellen.1 Hoewel ze ook betekenis (semantiek) bevatten, is hun belangrijkste functie dat ze de "container" voor de data.

Fast Healthcare Interoperability Resources (FHIR) richt zich vooral op het uitwisselen van gegevens, bijvoorbeeld tussen een ziekenhuis en een app op je telefoon. Het gebruikt hiervoor informatiebouwstenen: er is een kaartje voor 'Patiënt', een kaartje voor 'Medicatie', etc. Het is heel flexibel en modern, vergelijkbaar met hoe internetpagina's werken. De syntax van FHIR schrijft voor hoe de digitale berichten eruit moeten zien. FHIR is populair omdat het dezelfde technische standaarden gebruikt als het Internet, waardoor het voor ontwikkelaars van applicaties makkelijk is om mee te werken.

openEHR is vooral gericht op het langdurig en zeer gedetailleerd vastleggen van medische dossiers, onafhankelijk van leveranciers. Ook openEHR werkt met het concept van informatiebouwstenen, maar doet dit om een meer geavanceerde manier dan FHIR of OMOP. Zo worden niet alleen elementaire bouwstenen gedefinieerd, maar kunnen samengestelde medische concepten worden gedefineerd met zogenaamde archetypen. Qua syntactische interoperabiliteit richt openEHR zich vooral op de structuur voor opslag. Waar FHIR zich richt op het versturen van de brief, richt openEHR zich op hoe je het dossier in de kast archiveert zodat het over 20 jaar nog steeds leesbaar is.

De Observational Medical Outcomes Partnership (OMOP) standaard * Doel: Grootschalig wetenschappelijk onderzoek en data-analyse over meerdere ziekenhuizen of landen heen. * Hoe het werkt: OMOP dwingt data uit allerlei verschillende systemen in één universeel tabel-formaat (het Common Data Model). Het zet alle data om naar een standaardtaal zodat onderzoekers één vraag ("Hoeveel mensen kregen griep na medicijn X?") aan honderd verschillende databases kunnen stellen. * Syntactische rol: Het standaardiseert de database-structuur voor analyse.

Knowledge organisation systems voor semantische interoperabiliteit

Semantische interoperabiliteit is erop gericht om verschillende computersystemen gegevens te kunnen laten uitwisselen met een ondubbelzinnige, gedeelde betekenis. In tegenstelling tot syntactische interoperabiliteit, die zich richt op het formaat van gegevensuitwisseling, zorgt semantische interoperabiliteit ervoor dat de betekenis van de gegevens behouden blijft en consistent wordt begrepen tussen verschillende systemen. Om semantische interoperabiliteit te realiseren is een knowledge organisation system (KOS) nodig dat bestaat uit verschillende componenten.

Doel Voorbeeld KOS component Voorbeelden zorg
Herkennen van synoniemen Emmentaal, als in Emmentaler kaas Woordenlijsten, synoniem lijsten Pinkhof compact medisch woordenboek
Verklaren van dubbelzinnigheid (ambiguiteit) Emmentaal (als kaas) is niet hetzelfde als Emmental (de vallei) Authority file Medical Subject Headings (MeSH)
Hierarchische relaties Emmental is een koeienmelkse kaas
Koeienmelkse kaas is een kaas
Emmentaal (vallei) is onderdeel van Zwitserland
Taxonomie ICD10, ATC
Associatieve relaties Emmentaler kaas is gerelateerd aan koeienmelk
Emmentaler kaas is gerelateerd aan Emmentaal (vallei)
Thesaurus RxNorm, DHD Diagnose- en verrichtingenthesaurus
Klassen, eigenschappen, restricties Emmental is een klasse van koeienmelkse kaas
Koeienmelkse kaas is een sub-klasse van kaas
Elke kaas heeft exact een land van herkomst
Emmental is gemaakt van koeienmelk
Ontologie SNOMED CT, LOINC Ontologie, KIK-V ontologie
Toelichting en voorbeelden KOS

De verschillende KOS componenten kunnen gezien worden als concentrische cirkels, waarbij woordenlijsten de meest basale component zijn en ontologieen het meest uitgebreide. Hieronder een paar voorbeelden.

  • SNOMED CT is een van de meest uitgebreide medische ontologieen. Het bevat concepten voor ziektes, symptomen, operaties, lichaamsdelen, etc. en associatieve relaties tussen deze concepten die bijvoorbeeld een relatie leggen tussen een symptoom en een aandoening.
  • LOINC is van oorsprong een taxonomie bedoeld voor lab-uitslagen en metingen. Het is recentlijk geintgreerd met SNOMED tot de LOINC Ontology.
  • RxNorm is een van oorsprong Amerikaanse thesaurus voor medicijnen. , vooral sterk in de VS en gebruikt in internationaal onderzoek (zoals met OMOP). In Europa wordt toegewerkt naar het gebruik van IDMP, wat een uitgebreidere set van standaarden is om medicijnen en medicinale producten eenduidig te herkennen. In Nederland gebruiken we voor de dagelijkse zorg (recepten, apotheek) vaker de G-Standaard (beheerd door Z-Index), maar voor internationaal onderzoek wordt dit vaak vertaald naar RxNorm.
  • ICD-10 is een taxonomie die vooral wordt gebruikt voor statistiek en facturatie. Het groepeert ziektes in categorieën.

Het is goed om op te merken dat alle syntatische standaarden (FHIR, OMOP, openEHR) altijd gebruik maken van meerdere KOS componenten. Op zijn moeten codelijsten (taxonomieen) gebruikt worden, in het meest uitgebreide geval wordt een ontologie gebruikt. Zo wordt SNOMED vrijwel altijd gebruikt bij implementaties van OMOP, openEHR en FHIR.

Metadata standaarden voor vindbaarheid en toegankelijkheid

Naast semantische en syntactische interoperabiliteit is het ook essentieel dat datasets vindbaar en begrijpelijk zijn. Metadata beschrijft niet alleen welke data beschikbaar is, maar ook onder welke voorwaarden deze gebruikt mag worden en via welke services de data toegankelijk is. Voor metadata interoperabiliteit tussen datastations worden internationale standaarden gebruikt.

DCAT (Data Catalog Vocabulary) is een W3C-standaard voor het beschrijven van datasets in datacatalogi. Het biedt een gemeenschappelijk vocabulaire waarmee organisaties hun datasets kunnen beschrijven, ongeacht het domein.

DCAT-AP is een Europees applicatieprofiel van DCAT, ontwikkeld door de Europese Commissie. Het verfijnt DCAT met extra verplichte en aanbevolen velden die relevant zijn voor Europese overheidsdata, zoals toegangsrechten en toepasselijke wetgeving.

HealthDCAT-AP is een uitbreiding van DCAT-AP specifiek voor de gezondheidszorgsector. Het voegt metadata-elementen toe die essentieel zijn voor gezondheidsdata, zoals gezondheidscategorieën, populatiekenmerken, coderingssystemen, retentieperiodes en de verantwoordelijke Health Data Access Body (HDAB).

Het Health-RI metadata schema is een Nederlands profiel gebaseerd op DCAT-AP en HealthDCAT-AP, met specifieke aanpassingen voor de Health-RI Datacatalogus. Dit schema definieert welke metadata-elementen verplicht, aanbevolen of optioneel zijn voor Nederlandse gezondheidsdata.

Met deze metadata standaarden kunnen datastations hun datasets op een gestructureerde en interoperabele manier beschrijven. Belangrijke DCAT-klassen hierbij zijn de catalogus (verzameling van datasets), de dataset zelf (logische groepering van gegevens), distributies (concrete toegangsvormen), en dataservices (operationele toegangspunten). Daarnaast moet rekening gehouden worden met het verschil tussen statische databronnen zoals onderzoekscohorten en dynamische databronnen zoals actieve databases, elk met hun eigen aanpak voor versiebeheer en metadata-onderhoud.


De TEHDAS2 stelt dat BVOs functionaliteit moet aanbieden om semantische en syntactische interoperabiliteit te realiseren (zie FCR-1 en FCR-2 in de TEHDAS2 requirements). In het volgende wordt beschreven hoe dit gerealiseerd kan worden binnen de datastations.


  1. Guy Tsafnat, Rachel Dunscombe, Davera Gabriel, Grahame Grieve, and Christian Reich. Converge or Collide? Making Sense of a Plethora of Open Data Standards in Health Care. Journal of Medical Internet Research, 26(1):e55779, April 2024. Company: Journal of Medical Internet Research Distributor: Journal of Medical Internet Research Institution: Journal of Medical Internet Research Label: Journal of Medical Internet Research. URL: https://www.jmir.org/2024/1/e55779 (visited on 2024-09-21), doi:10.2196/55779

Comments